50 tinten groen

Dag 44, 6 maart


Het aantal blog-posts is omgekeerd evenredig aan de activiteiten in mijn agenda. En gezien ik de laatste weken niets gepost heb, kan je al raden dat het behoorlijk druk is geweest. Wat leuk is voor mij, maar misschien minder voor jou. Bij deze, een inhaal-manoeuvre!

 

 

50 tinten groen

 

3 weken geleden trok ik er samen met Bart Breemersch op uit om het Zuidelijke Butare en omstreken te verkennen. Butare, dat heette vroeger Astrida en daar moest ik dus wel \'s geweest zijn. De universiteitsstad heeft naast een unif met 16.000 studenten en een kathedraal ter ere van Prinses Astrid ook het nationale museum, een genocide memorial en het oude koninklijke paleis – lees: de traditionele hut - te bieden.

 

In het chaotische busstation Nyabugogo weet ik het juiste loketje én de juiste bus te localiseren. Ik kies een zitje uit, zet mijn raampje alvast open en ben enthousiast dat ik eindelijk de grenzen van Kigali ga oversteken. De verkopers van drankjes, muffins, tijdschriften, paspoort-houders, koekjes en cravatten houden allemaal halt aan mijn raam maar ik bedank. 2 uur op een bus, dat doe ik liever zonder volle blaas. Wanneer de motor zich al opwarmt hoor ik nog een snelle toktoktok. Ik draai me om en mijn maag krimpt samen: een oude mens zwaait zijn stomp heen en weer; zijn hand is er vermoedelijk 20 jaar geleden tijdens \'les événements\' afgehakt. Naast verkopers proberen er ook bedelaars wat centen te verdienen.

 

Na een uurtje door 50 tinten groen op 500 heuvels bereik ik Muhanga (het vroegere Gitarama), de 2degrootste stad van Rwanda en Barts thuis voor de komende 7 maanden. Het verschil met Kigali is enorm. Stoffiger, vuiler en armer. Bart toont me de Ahazaza-school waar hij lesgeeft, de 10de beste school van Rwanda vertelt hij fier. Voor we de bus naar Butare nemen proberen we nog een pizza en een slaatje te eten maar het klaarmaken ervan duurt tergend lang zodat we 1 avocadoslaatje delen en ons dan spurtend naar de bus jagen. Aangekomen in Butare proberen we Residentie Astrida (ja, ik wil echt het onderste uit de Astrid-kan) maar dat valt tegen. Later ontdekken we dat er ook een Hotel Barthos bestaat maar dat is te schreeuwlelijk en ook Bart kan niet in \'zijn hotel\' slapen. We vinden al een snel een groen en gezellig guesthouse en na het inchecken bestellen we ieder 4 items van de menukaart: kaaskroketten (daar ben ik echt té nieuwsgierig naar en uiteraard valt dat tegen), pizza, croque monsieur, avocadoslaatje, brochetten en samosa\'s. Redelijk uitgehongerd. We douchen op \'t gemakje, de ervaring heeft ons geleerd dat eten lang op zich laat wachten en dat tijdig bestellen alleen een voordeel is. Tijdens onze schrans-partij leren we Claude kennen, een Belgische Rwandees of omgekeerd. Hij heeft 18 jaar in Ukkel gewoond en wil ons de volgende dag graag rondleiden. Onze plannen blijken net iets te ambitieus en we moeten keuzes maken: we gaan voor de universiteit, de kathedraal, de memorial en het oude koninklijke paleis. De universiteit is indrukwekkend: een mooi onderhouden, groot terrein met verschillende faculteiten en studentenvoorzieningen: een dorp in een stad. De kathedraal ter ere van Prinses Astrid is een pareltje. Binnen is er een koor-repetitie aan de gang. Ik stel vast dat ze best nog eventjes verder oefenen.

 

Na Butare-centrum rijden we door een prachtig heuvellandschap naar Murambi. Daar zijn tijdens de genocide 50 000 Tutsi\'s onder het mom van \'jaja, hier ben je veilig\' in een schoolgebouw in de val gelokt en vermoord. De bewoners zochten hun toevlucht in de kerk maar de bisschop en de burgemeester \'raadden hen aan\' naar de Technische School te gaan. Eens ze daar verzameld waren, werden de toegangswegen hermetisch afgesloten – zogezegd ter bescherming -, dan de water- en electriciteitstoevoer gestopt. De vluchtelingen hebben zich nog enkele dagen staande kunnen houden door zich met stenen te verdedigen maar op 21 april hebben ze zich gewonnen moeten geven. 8 mensen hebben deze horror overleefd en \'t is de echtgenote van een van de overlevers die ons de rondleiding geeft. Franse militairen hebben verschillende putten uitgegraven, duizenden doden in de massagraven gedumpt en er nadien een volleybalveldje van gemaakt. Om te verbergen wat er ooit gebeurd is. Door het chemisch proces ondergronds zijn vele lijken \'gemummificeerd\'. Bij het openen van het massagraf zijn deze mummies ontdekt en uitgestald in 24 klaslokalen. Om nooit te vergeten wat er ooit gebeurd is. In de auto is het stil. We zetten ook de radio uit. Beetje ongepast om naar vrolijke deuntjes te luisteren nu.

 

In de namiddag bezoeken we het traditionele koninklijke paleis in Nyange: een grote hut met 2 hutten achter: één voor het koninklijke melkmeisje en één voor de koninklijke bierbrouwer. Koninklijke koeien zijn er ook. Dat is een speciale soort met extra lange sierlijke hoornen. Er wordt permanent een vuurtje brandend gehouden. De rook verjaagt de vliegen. Ik weet niet wat ik lastiger zou vinden: vliegen rond mijn kop of levend gerookt worden.

 

Op de terugweg naar Muhanga/Kigali besluiten we dat ons eerste uitstapje geslaagd is!


Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!