Slik.

Dag 5, 26 januari 2013


Dat het in het begin het moeilijkst en eenzaamst is, dat wist ik wel. En dat ik veel nood heb aan mensen rond mij, dat wist ik ook. Maar dat ik me deze eerste dagen van mijn Groot Avontuur zo alleen zou voelen had ik niet zien aankomen. Alleen tussen 11 miljoen Rwandezen. Het vinden van een huis gaat veel moeizamer dan gedacht, mijn telefoon werkt niet altijd en de mensen op straat staren stuurs. Wanneer je ze toelacht of begroet, breekt er soms een klein lachje door. Op het ontbijt na ben ik in het klooster op mezelf aangewezen. En een klooster, daar ben ik duidelijk niet voor gemaakt. Dat had ik wel kunnen weten.. Een klein ongezellig kamertje, geen tuin, geen internet, geen andere gasten, geen contact. Mijn buikgevoel zegt me dat ik actie moet ondernemen. En dat buikgevoel heeft me nog nooit bedrogen.

Bon, genoeg geklaagd. Douchen en herpakken. 2 house-hunt-berichtjes sturen. Broeder – my middlename is legging- Felix bellen, die heeft blijkbaar naar me gevraagd. Die ontmoet ik morgen namiddag. Plots weerklinkt het verlossende u-hebt-één-nieuw-bericht-geluidje: om 11u heb ik een afspraak aan de Amerikaanse Ambassade om een huis te bezichtigen! Het tij is gekeerd.. Hoop ik.

Wanneer ik op straat kom is alles compleet verlaten. Stil en zonnig en vredig. Waar is iedereen? Ik moet naar de andere kant van de stad (lees: een heuvel af en een andere weer op) en stappen lijkt me echt te ver. En waar zijn al die brommers als je ze nodig hebt?? In de verte zie ik één taxi-moto. Ik wenk hem en vertel dat ik naar de US Ambassy moet. Ik bevind me niet in een positie om stevig te onderhandelen aangezien hij mijn enige optie is om op tijd ter plekke te geraken. Dat ziet die man natuurlijk ook en ik betaal een muzungu-price voor de rit. De straat is helemaal van ons. We cruisen in het zonneke door Kigali. Aangekomen aan de Amerikaanse Ambassade wacht ik onder een boom David op, de man die een kamer verhuurt. Na enkele minuten stopt er een dikke jeep voor mijn neus. KK Security staat op de deur. Een man in blauw uniform stapt uit en begint me te ondervragen: of ik weet waar ik ben, en waar ik vandaan kom, en wat ik daar doe en of ik weet dat het verboden is om daar te zitten. Ik moet verhuizen naar de andere kant van het rond punt. Oh lord. Nog aan het bekomen van mijn laatste interactie ontstaat er al een nieuwe. Een kereltje van 21 valt meteen met de deur in huis: “Hi. I'm called John. I like you. What can I do to have relationship with you?”. Wat!? In wat voor land ben ik terecht gekomen.. David redt me uit mijn hachelijk gesprek en toont me het huis. Ik voel dat het dat niet is en als ik op 1 ding kan terugvallen, is het wel mijn gevoel. Hij vertelt me dat het vandaag 'umuganda' is: alle volwassenen in Rwanda (die in staat zijn om te werken), moeten tussen 8u en 11u klusjes uitvoeren voor de gemeenschap. Huizen bouwen, straten herstellen,... Zot systeem.

Ik ben nog steeds op zoek naar slaapplaats en vind in mijn boek een leuk adresje in Remera, een wijk in het Oosten van de stad (en op weg naar het ziekenhuis). Na een rit op de taxi-moto (na een succesvolle onderhandelingsronde!), daal ik een aarden wegje af. Kindjes komen me lachend toegelopen, de mama's begroeten mij. Wat een verademing. In het guesthouse/pastoraal centrum krijg ik een rondleiding van een 'Afrikaanse mama'. Ze toont naast de tuin, de keuken en de kamers ook haar eigen verblijf. Een kast vol foto's zoals het alle oma's ter wereld betaamt. Ze vertelt over haar dochter en zoon en schoondochter en alle andere mensen. Wanneer ik vraag of ze allemaal in Kigali wonen kijkt ze me aan en zegt dat ze allemaal dood zijn. Tranen springen spontaan in mijn ogen. Hoe kan één iemand zoveel verdriet aan? Jeanine en ik praten nog een tijdje over 'les événements'. Wat hier gebeurd is, dat kan ik niet snappen.

Terug in het centrum van de stad laat ik mijn telefoon repareren zodat de mensen met wie ik praat mij kunnen horen. Dat zal de communicatie danig verbeteren!

Late namiddag. What to do.. Ik besluit de wijk Nyamirambo te bezoeken, helemaal in het zuid-westen van de stad. Ik hoorde al dat er veel moslims wonen, en dat het een 'un quartier populair' is en de goedkoopste wijk. Misschien beter een gids onder de arm nemen.. Ik bel Xavier, een leuke kerel met wie ik gisteren op straat aan de praat was geraakt. Hij is tour guide (net als ik!), hij woont in de wijk en is dus de perfecte gids voor mijn uitje. We vinden mekaar aan de moskee en vatten de wandeling aan. We lopen een lange laan op met aan weerszijden winkeltjes met kitcherige vrouwenkleren, fruit, telefoonbenodigdheden of parfumerie-spullen. Nog meer dan elders wordt er gekeken, gestaard en gewezen. Ik ben hier echt een uitzondering. En zo blij dat Xavier naast mij loopt.. Alsof de grote laan nog niet uitdagend genoeg was slaan we een aarden wegje in en lopen tussen de (lemen?) huizen. De weg zit vol putten en stenen dus het is aardig uitkijken. Overal hoor ik 'muzungu' fluisteren. De kindjes wuiven en lachen en enkele durvers komen me een handje geven. Xavier toont me zijn huis. Het is een kamer van 2x3 meter met enkele kleren aan een kapstok, een platte matras en een tafeltje met wat badgerief. Hier woon ik, zegt hij. Met mijn broer. Gelukkig heeft hij een toffe buurman en mag hij daar TV gaan kijken. De living is pikdonker. Ik kan de buurman amper zien zitten. Op TV uiteraard.. Africa-cup. De Tunesiërs krijgen ervan langs en de muzungu's worden keihard uitgelachen. Arabieren, dat zijn ook blanken.

Op weg naar het klooster vertelt Xavier over 1994. Ik kan mijn oren niet geloven. “My daddy was killed. And my mommy too.” Zijn beide ouders zijn vermoord. En hij is met 5 broers en zussen moeten vluchten naar Tanzania. Op 9-jarige leeftijd. Hij kent de moordernaar. En die loopt ondertussen weer vrij rond.

Voor we afscheid nemen wil hij me nog iets tonen. Op 7 april 1994 zijn hier 10 Belgische para's vermoord tijdens een vredesmissie. Ze stonden in voor de beveiliging van eerste minister Agathe Uwilingiyimana. Die dag werd de residentie van Uwilingiyimana omsingeld door Rwandese militairen. De Belgische paracommando's verzekerden de ontsnapping van Uwilingiyimana maar werden bij deze actie zelf omsingeld. Op bevel van hogerhand moesten ze hun wapens afgeven om zo over hun vrijlating te kunnen onderhandelen. Na hun aankomst in het militaire kamp in Kigali werden ze doodgeslagen met de kolf van een geweer. Op 8 april kregen alle eenheden te horen dat 10 Belgen waren gesneuveld. Tussen 9 en 19 april werden alle aanwezige Belgen geëvacueerd (operatie Silver Back) gevolgd door de volledige terugtrekking van alle nog aanwezige paracommando's (operatie Blue Safari). Er staan 10 zuilen op de plek van het incident. We proberen in het donker de gedenkplaat te ontcijferen. De bewaker groet ons en steekt de lichten aan. Nu pas zie ik de kogelgaten op de buiten- en binnenmuren van het gebouw. Ik sla mijn handen voor mijn mond. Slik. Ik mag ook binnen gaan kijken maar ik vind de buitenkant al indrukwekkend genoeg.

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!