De eerste dagen..

Dag 3, 24 januari 2013


Om 9u word ik in het ziekenhuis verwacht voor de teamvergadering. Een taxi rijdt me de stad uit en de rode heuvel richting Ndera op. Aan de kant van de weg zie ik vele mensen zich een weg naar boven banen, de meeste geladen met een zware vracht. Ze gaan een familielid in het ziekenhuis bezoeken en brengen hen eten. Net voor mij arriveert een pick-up vol mannen in knal-oranje plunjes en handboeien om: geestesziek en gevangen. Dat kan geen pretje zijn. Ik troost me met de gedachte dat ze op consultatie kunnen bij een psychiater.

Onderweg naar de kinderafdeling word ik onderschept door de jolige dr Butotu. “Tu as déja une bonne couleur Astrid!!”. Dat gaat hier snel. Aan dat tempo zie ik binnen 4 maanden zo bruin als hij! Voor de teamvergadering ontmoet ik Soeur Rozette, de hoofdverpeegkundige. Ze heeft enkele jaren in Namur gestudeerd en leidt de afdeling al 4 jaar. Ze verwelkomt me hartelijk en hoopt dat we veel van mekaar kunnen leren. Bij het overlopen van alle patiënten wordt van het Frans naar het Kinyarwanda geswitcht. Ik moet dringend mijn beperkte woordenschat uitbreiden. De kinderen zijn om verschillende redenen opgenomen: epilepsie, hevige en aanhoudende hoofdpijn, straatloperke en opgepakt door de politie, achtergelaten kind, ondervoeding,... veel ADHD of autisme heb ik nog niet gespot..

Na de vergadering merk ik dat de jongen van 14 met een matig mentale handicap op het draai-molentje zit. Alleen. Niemand die hem duwt. Omdat hij noch ik Kinyarwanda spreken (om andere redenen weliswaar) besluit ik mijn kans te wagen. Ik begin te draaien en aan zijn glimlach en “Mmmm! Mmmm!” leid ik af dat hij het leuk vindt. Zo rap of tellen ('heel snel') komt Steven, het straatloperke, ook toegesneld. Steven zegt iets maar dat kan ik niet begrijpen. We besluiten dat er vooral gedraaid moet worden. Souvenir, een 7-jarige guitigaard zonder voortanden springt er ook bij. Hij dankt zijn naam aan het feit dat hij geboren is op de dag dat zijn papa stierf. Fabiola kijkt al een tijdje toe. Ze overwint haar twijfels en neemt plaats. Mijn molentje zit al aardig vol en het duwen wordt zwaarder en zwaarder. Leonard (volgens mij een goesting-doener) zijn nieuwsgierigheid is gewekt maar wanneer ik hem uitnodig gaat hij er niet op in. Hij maakt duidelijk dat iedereen er af moet en dat hij er dan op wil. Ik maak duidelijk dat het zo niet werkt. Hij houdt even vol maar de goesting wint het van zijn karakter. Hopsa, op 5 minuten 5 blije gezichten. Ik draai nog vele toertjes..

Elke donderdagnamiddag organiseert het ziekenhuis 'la formation', een interne bijscholing. Deze keer gaat het over 'sexual malfunction'. Bij aanvang tapt de hoofdarts 3 moppen en wanneer de zaal uitgegierd is kunnen we beginnen. Speciaal volkje, die psychiaters.. Hij geeft een hele exposé over oorzaken, risicofactoren en behandeling aan de hand van 2 casussen. Wanneer een van de verpleegkundigen een vraag stelt in het kinyarwanda wordt deze gevraagd om het Frans te gebruiken 'omdat niet iedereen kan volgen'.

Op de busrit naar huis staat mijn hoofd op ontploffen: ik ben moe van me constant te concentreren op het frans, ik zit in de blakke zon en de radio staat loeihard. Afrika-cup weet je wel.. Aan mijn buurvrouw vraag ik discreet waar ik een legging kan kopen. Ze betrekt de hele bus bij het vraagstuk en uiteindelijk word ik door Felix, de kwaliteitscoördinator, rondgeleid in het centrum van Kigali. Hij neemt me mee naar een shoppingmall, legt uit wat ik zoek, onderhandelt over de prijs en samen slaan we onze slag! Hij wijst me de weg naar het klooster en zegt dan dat hij zelf ook weg moet. Naar het klooster. Voor het gebed van 18u. Felix is een broeder en ik heb die een legging laten kopen?!

Wegens geen internet in mijn spartaanse optrek ben ik gedwongen buitenshuis te gaan. Een voorbijganger raadt me Hotel Serena aan, net om de hoek. Nietsvermoedend wandel ik het domein op. Ik word verwelkomd door een bewakingsagent, parkeerwachter, bagagedrager en 30 anderen. Bij het binnegaan moet ik door een metalen poortje. Blijkbaar is dit het chiqueste hotel van de stad. Ik probeer me te gedragen alsof ik er thuis hoor maar mijn versleten slippers verraden mij. In het 'business-center' is Samson mijn held van de dag. Hij krijgt de mini-laptop aan de praat en ik mag gratis en voor niks uren surfen in het 'top-notch 5-star hotel'!




Dag 4, 25 januari 2013


Zuster Steven raadt me tijdens het ontbijt aan om op de Belgische ambassade te passeren en me te laten registreren. Je weet maar nooit of een evacuatie nodig is. Terwijl ik daar dan toch ben moet ik een zekere Bart proberen te pakken krijgen. Die kan me helpen bij het vinden van accomodatie. Na het invullen van de paperassen word ik door 3 verschillende mensen tot bij Bart gebracht. Blijkbaar een hoge piet.. Met het vinden van een kamer kan hij niet echt helpen maar connecties met de Belgische ambassadeur, dat is sowieso handig meegenomen.

Op weg naar Hotel Serena – effe mailtjes checken – krijg ik een berichtje. Mijn 1ste berichtje op mijn Rwandees nummer! Zondag mag ik naar een kamer en huis gaan kijken.. Opgelucht dat ik toch al 1 optie heb.

Mijn volgende missie is het vinden van een naaister om mijn versgekochte legging te laten inkorten. Ik loop wat rond in de straatjes met kleine winkeltjes. Ik vind er veel chaos, stof, lawaai, auto's, moto-taxi's, badkuipen, plastieken schalen, schuursponskes en duizenden andere dingen maar geen naaister. Ik stap een klerenwinkeltje binnen en probeer uit te leggen wat de bedoeling is. Ik toon de legging in kwestie en gebaar dat er een stuk af moet. Na haar hele collectie leggings te moeten weigeren, begrijpt ze wat ik bedoel. “Aahh!! Un tailleur!!!”. Exactement. Ze belt haar persoonlijke naaister en voor ik het goed en wel besef is die er van door met mijn legging. Zij is het duidelijk meer gewend om zich tussen het verkeer te manoeuvreren en ik zet de achtervolging in. Wanneer zij zich een smal trapje opschiet bedenkt ik dat het misschien beleefder is om buiten te wachten. Terwijl de ganse straat staart naar de muzungu. Top. De redding is nabij want ze keert op haar passen terug en neemt me het trapje op. Topper. Ik beland in het atelier. Een stuk of 20 naai-machines en 2 dampende strijkijzers. En zeker 40 naaisters die discussiëren wiens beurt het is. Overal kleurrijke stoffen, meters en meters. En een oorverdovend lawaai van naaimachines. Tot ze merken dat er een muzungu aanwezig is. Eén voor één vallen de machines stil en kan het staren beginnen. Wanneer ik ze in het Rwandees begroet en zelfs op een hoe-gaat-het-vraag kan antwoorden ben ik de test geslaagd en kan het handjes schudden beginnen. Dat gaat zo: je houdt je hand op schouderhoogte en neemt wat vaart zodat het lekker pletst. En dat dan de hele dag door..

 

Morgen is het zaterdag en dan neemt iedereen een rustdag. Ik zal wat aan een zwembad moeten gaan liggen denk ik.. 


Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!