Spicy

Exact 1 jaar na mijn vertrek van vorig jaar zet ik voet op Rwandese bodem.Wanneer ik uit het vliegtuig stap voelt het warm. Net alsof Afrika me met een welkom-terug-knuffel omarmt. Het ruikt spicy. Dat zit niet meteen in mijn herinnering gegrift maar het is vast een voorbode voor wat komen gaat. Pittig zal het worden, no doubt about it.

 

Vanmorgen 46 kg Avontuur ingecheckt. Het was een beetje raar om te weten dat het voor echt was. Geen onzekerheden en misschiens meer. Geen weg terug. Enkel vooruit, richting Zuiden. Met een dubbele print van het entry-visum binnen handbereik.

 

Op de eerste vlucht van Brussel naar Schiphol liep ik een koppel bekenden tegen het lijf. Zo nam ik toch nog een beetje Merchtem mee. Aan gate F4 raakte ik aan de praat met een Amerikaasne vrouw. Van Rwanda had ze nog nooit gehoord, laat staan van Kigali. “Come again, dear. Are you sure about this? Never heard of..”. De tweede vlucht zat ik naast 3 Amerikaanse vrouwen met een BMI om u tegen te zeggen. Eén van de vrouwen kon haar tafeltje niet uitklappen terwijl haar stoel rechtop stond, can you imagine. Die heeft zich dus de hele vlucht languit gelegd (ik zat in comfort economy voor een onbekende reden) en is non-stop beginnen snurken. Het klonkt alsof iemand het onderste restje cola uit een flesje slurpt. Maar dan een bodemloos flesje. De vrouw naast mij heeft zich een mix toegediend van cognac, wijn en slaappillen. Zeer vermakelijk trouwens wanneer een Amerikaanse een wijntje besteld bij een Nederlandse airhostesse en de gewenste druivensoort per sé in het Frans wil zeggen. Beide beheersen de Franse taal als geen ander, dat weet iedereen.

 

Aangekomen in Rwanda zet ik me in de rij aan de paspoort-controle. Wanneer blijkt dat ik een afgeprint entry-visum heb moet ik in een andere rij aanschuiven. Waar een meneer mijn paspoort en visum onderzoekt en alvast op de toog legt. $30 later moet ik alsnog in mijn oorspronkelijke rij gaan staan maar daar begrijp ik het nut niet van. Gewoon doen. En vriendelijk lachen. Uiteindelijk belandt er een stempel in dat paspoort en mag ik het land binnen. Mijn 46 kg Avontuur zijn ook gearriveerd én er staat iemand met een VSO-bordje op mij te wachten.

 

Die brengt me naar Centre Christus. Het kamertje en het sanitair zijn vergelijkbaar met het klooster van vorig jaar. Basic. De douche is ofwel 2de-graads-brandwonden-heet of koud. Ik ga voor verfrissing. De handdoek is pittig te noemen. Die kan je in je vrije tijd ook gebruiken als schuurpapier.

 

Ondanks het feit dat ik me niet zo goed kan oriënteren vanuit Centre Christus, zit ik heel dichtbij de wijk die ik goed kende. Ik haal al een eerste lading geld af en ga naar 'mijn' supermarktje waar ze een groot Belgisch aanbod hebben: kipkruiden en nootmuskaat van de Colruyt, Cote D'or chocolade en sprits-koeken. Of 'alpro light soyamelk' voor een luttele €5 per liter. Dat is duurder dan de prijs van mijn overnachting. Welkom in Rwanda en meer nog in Astridstan!  

Zanzibar

Dag 124


Anouk en Frida, 2 vriendinnen van de Kigali-crew besluiten hun laatste weken al reizend door te brengen met een safari in Masai Mara, een tussenstop in Mombassa en als kers-op-de-taart Zanzibar. Ik besluit om alleen de kers mee op te snoepen en vervoeg hen de laatste week op het expeditie-robinson-eiland.

Marieke, een klasgenootje van het post-graduaat Noord-Zuid loopt stage in Mwanza (Tanzania) en aangezien ik van daar een goedkope vlucht kan nemen naar Dar-Es-Salaam, ga ik met de bus naar Mwanza en sla ik met een overnachting daar 2 vliegen in één klap.


Zaterdagochtend, 3u30. De wekker gaat af. Niet dat ik een oog toegedaan heb en een wekker nodig heb maar je weet maar nooit..Ik hijs me uit bed, hijs mijn rugzak op mijn rug en hoop om op dit nachtelijk uur snel een motard te pakken te krijgen. Aangekomen in Nyabugogo, het anders zo chaotische busstation is het kalm en vredig. Ik kies een zitje uit en voor ik mij goed en wel geïnstalleerd heb vertrekt de bus richting Zanzibar. Twee uur later arriveren we aan de Rwandees-Tanzaniaanse grens. Dat belooft een vlotte tocht te worden. Dat zie ik meteen. Ik eet mijn eerste sandwich van 5. Eentje met Nutella. Mmmm.


Na de grens is het een beetje onduidelijk: ik moet op een andere bus maar niemand weet waar ik moet wachten op welke bus en om hoe laat die komt. Iedereen weet ondertussen al dat de muzungu naar Mwanza moet dus ik maak me er niet druk in en zet mij een beetje te kijken naar de chaos rond mij. Na een half uurtje duikt er een minibusje op en maakt het hele \'busstation\' me duidelijk dat ik daar op moet. Het busje parkeert naast een diepe gracht dus moet ik eerst in die gracht geraken om er dan weer uit te klefferen. Soms zie ik echt de logica niet.

 

Ik tel 14 zitjes. Na een half uur kabaal en gewichtig doen en mensen op en af en weer op vertrekken we. Niet met 14 uiteraard. Met 24. Gedurende 2 minuten is dat grappig, de rest van de 6 uur is dat vervelend en claustrofobisch en pijnlijk. Er zitten 3 mensen in mijn persoonlijke bel en het ziet er niet naar uit dat die er snel uit kunnen. Ik zit achter de chauffeur en tussen ons zit een meisje. Zij zit op een klein \'bankje\' met haar rug tegen de chauffeursstoel. We moeten onze benen schranken om min of meer comfi te zitten. Naast haar zit haar zus en die heeft een verkoudheid. En daarom mag het raampje niét open. Oh lord. Hoe lang nog? En hoeveel geld spaar ik juist mee uit?? Na een tijdje vinden we een soort \'evenwicht\': het meisje slaapt op haar rugzak op mijn benen, ik luister wat muziek ter afleiding tot plots het slot van de koffer het begeeft, de klep openklapt en er enkele valiezen de straat opvliegen. Alstublieft niet mijn rugzak. Alstublieft niet mijn rugzak. Alstublieft niet mijn... Oef. Niet mijn rugzak.

 

Om 15u bereiken we Gahanga (of zoiets), de overstap-plek. Ik word bijna gevierendeeld door mannen die mij op hun bus willen krijgen, uiteindelijk snappen ze dat ik al een ticket (en dus een busmaatschappij) héb en krijg ik een plaats toegewezen naast een dikke meneer die de helft van mijn stoel inneemt. Gdvr. Negen uur duurt deze rit. Alsof het allemaal nog niet mottig genoeg is stapt er een mevrouw met een kip op. Het beest kraait en flappert en vindt de busrit even angstaanjagend als ik haar. Alle zitplaatsen zijn ingenomen dus de kippevrouw stationeert zich in het gangetje vlak naast mij. Met die kip naast mijn hoofd. Dat is echt te veel van het goede en ik vraag mijn dikke doch vriendelijke buur om hier iets aan te doen. Na een heftige 15 uur bereik ik Mwanza. Mijn klasgenootje staat mij al op te wachten.

 

Na een douche, een pintje en een korte nacht bevind ik me in de gate van Mwanza-airport. Ik vlieg naar Dar-Es-Salaam van waar ik de ferry naar Zanzibar neem. De ferry vertrekt een uur te laat en doet er een uur langer over dan gepland. Mijn GSM is plat én heeft geen belkrediet dus ik kan het guesthouse niet verwittigen. En toch. Magic happens when you least expect it. Wanneer ik de haven in Stonetown verlaat staat er een meneertje met een papier met \'Astrid Herbosch\' mij op te wachten. Ik vlieg hem bijna om de nek.

 

De reünie met Frida en Anouk is hartelijk, de douche verkwikkend en Stonetown betoverend. Kronkel-steegjes, hoge gebouwen, toffe souvenirs, wij die onderhand goed kunnen onderhandelen, de zee, een vrachtschip op het strand, het gezelligste restaurant van het zuidelijk halfrond, de eigenaar die ons op mojitos trakteert... De stad is een combinatie van Havana en Marrakesh. Turquoise afgebladderde muren, houten deurtjes. Volledig mijn ding. We schrijven ons in voor een Blue Safari: een dag-zeiltocht met tussenstops op een zandbank, een snorkeltocht, een zwempartij in een lagune, gezelschap van dolfijnen en een lunch met kreeft, calamares, patatten in een coco-limoen-sausje... \'k Heb ernaar gezocht maar ik heb er geen woorden voor gevonden.


Na Stonetown in het Westen verhuizen we naar de Bwejuu (Bwedjoé) aan de Oostkust. Lonely Planet raadt Mustapha\'s Place aan, Mustapha\'s PALACE volgens ons. Onze verwachtingen worden nog maar \'s overtroffen. Kleine bungalows, kampvuur, zelfgemaakte lig- en schommelbanken, exotische planten en grote palmbomen die voor schaduw zorgen. \'Peace, love and harmony\' reggae muziek uit de boxen. Zand tussen mijn tenen, stralende zon en een briesje. Een mama hond en 8 kleine puppies. Verse calamares. En een bende zotte mannen die de boel hier verbazingwekkend genoeg perfect recht houdt. I LOVE it.


Laag seizoen. De Oostkust is helemaal van ons. Het strand en de hele Indische Oceaan. Alsof dat nog niet genoeg is wagen we ons geluk tijdens een \'dolphin tour\'. Het gaat als volgt: \'s morgensvroeg kruip je in een vissersbootje en speur je de horizon af. Wanneer de dolfijnen in de buurt van de boot zijn spring je in het water. Dat is de theorie. In praktijk is het gokken en wachten. En als je dan een dolfijn ziet – in de verte – is die al lang weg als je ter plekke komt. Na een half uur zakt de moraal onder nul. De visser zegt dat de dolfijnen ieder apart nog aan het ontbijten zijn en nadien weer samentroepen. Wanneer we een groepje van 5 zien worden we hoopvol. En terecht. We worden in het water gedropt naast een moeder en baby, we klefferen weer het bootje in en de volgende ronde komen er 7 dolfijnen recht op ons af, ze zijn op enkele meters van ons. En ze zijn echt groot. Het komende uur springen we zo een keer of 10 in het water, de ene keer al succesvoller als de andere. Enkele keren kunnen we een heel eind meezwemmen. Hoe zot is dat eigenlijk, meezwemmen met wilde dolfijnen. Op het einde zijn er - ik heb ze geteld - 22 dolfijnen rond ons. Een hoogtepunt in mijn reizigersbestaan. Onder de indruk tot de 8ste macht.

 

Op de terugweg naar Stone Town houden we halt voor een Spice Tour. Zanzibar is bekend om zijn kruiden en als culinaria-fan wil ik dat heel graag \'s bezoeken! We zien oa peper, vanille, cacao, kurkuma, kaneel, kruidnagel en nootmuskaat en kopen uiteraard een stevig voorraadje aan. Als ik terug ben moeten jullie maar \'s komen proeven!

Het leven zoals het is. De Broeders van Liefde.

Dag 98, 28 april


Les Frères de la Charité. Wereldwijd zijn er zo\'n zeshonderd, in Bujumbura tel ik Frère Augustin, Hypolite, Bosco, Avid, Anselme, Prince, Adelaide, Marcus en twee van wie ik de naam nooit versta. Ik durf het na 2 weken ook niet meer vragen. Naast de vaste crew is het een komen en gaan van bezoekers. Vaak andere broeders, soms zit er een uitzondering tussen zoals ik.


Het onthaal bij de Broeders is heel hartelijk. Ik ben al snel gewoon aan de dagelijkse routine. Het gebed van 6u volg ik van in mijn bed en dat van 18u sla ik over maar voor de maaltijden en het tv-kijken-met-pintje ben ik present. Jammer dat het elke dag zowel voor \'s middags als \'s avonds én banenen én patatten én rijst zijn. Met en brokje stoofvlees en platgekookte groenten. Lekker. Maar eentonig. Na anderhalve week is mijn culinair geduld op en neem ik zelf het heft in handen. Spinazie-courgette-soep en \'Spahetti à la Charité\'. Mezelve, Frère Avid (nog nooit een voet in een keuken gezet), Parfait van IT, Aimé van logistiek en de 2 keukenpieten van het klooster. Dat was mijn dream-team en die mannen moet ik coachen om anderhalf uur later soep en spaghetti voor een leger broeders klaar te hebben. Een snijplank kleiner dan een boterham en 1 groot bot mes. Daar moeten we het mee stellen. Dunschiller, nooit van gehoord. Mixer, te futuristisch. Peper, onbekend. En electrische vuren waar de potten niet op passen. We verhuizen na een tijdje naar een kotje buiten en koken op houtskool. Dat gaat vooruit! Je begrijpt waar de naam \'Saghetti à la Charité\' vandaan komt: met liefde gemaakt maar in erbarmelijke omstandigheden. Enfin, na anderhalf zwoegen serveer ik soep en spaghetti. En de bordjes waren allemaal leeg. En een \'liste d\'achats\' ligt de volgende dag uitgeprint op de directeur zijn bureau.


Na enkele dagen zijn de broeders mij al wat gewoon en vervalt de gêne. Dat levert dan hilarische gesprekken op als “\'t Is niet omdat ge niet moogt eten dat ge niet naar de menu moogt kijken”. Of “Wat doet ge dan als ge honger hebt en ge moogt niet bestellen??” We lachen daar een fameuze beet af in de réfectoire tussen de soep, de bananen en de patatten. Deze mannen missen ook iedere voeling met de vrouwelijke psychologie. Ze vragen in één zin hoe oud ik ben en hoeveel ik weeg. Mon Dieu..

 

 

Om 15u30 zit de werkdag erop. Dan spring ik op een brommertje, sta enkele doodsangsten uit (het verkeer is hier.. we zullen het \'bruisend\' noemen) en arriveer op Saga Plage. Met de zon op mijn snoet en een goed boek in mijn handen doezel ik wat weg. Als het echt warm is spring ik in het zwembad en slurp ik een vers passievruchtensapje op. Top. 


Na 2 weken zit mijn tijd in Bujumbura erop. De broeders vragen of ik nog s terugkom. Als ze mijn visum betalen, mij een nieuwe matras kopen en het ochtendgebed verlaten naar 8 uur wil ik dat best overwegen. Ik word in stijl uitgewuifd met brochetten en frieten. En mayonaise pour la Belge. En een pintje uiteraard. Vermageren, dat staat hier niet op de planning. Genieten van \'t goed leven wel. Het leven zoals het is. De Broeders van Liefde.

Burundi

Dag 91, 21 april


Zondagavond 19u. Samen met Frank, coördinator Grote Meren voor NGO Fracarita, zit ik te wachten in Kigali Intenational Airport. Frank gaat naar Burundi om de twee psychiatrische ziekenhuizen in Bujumbura en Gitega op te volgen, ik om de opstart van de kinderpsychiatrie (voorzien augustus 2014) te helpen voorbereiden. Mijn aandeel daarin bestaat uit het schrijven van 2 documenten: een \'handleiding\' kinderpsychiatrie en een \'activiteitenboek\' kinderpsychiatrie. Zo praktisch en concreet mogelijk zodat mijn toekomstige collega\'s een handig naslagwerk hebben om een programma samen te stellen en activiteiten voor te bereiden en te begeleiden. Ik zou dat uiteraard ook in Kigali kunnen doen maar zeg nu zelf, een klein zakenreisje naar Bujumbura, dat sla je niet af.


Wij dus in de luchthaven. En dat het flink aan het regenen is. Op het moment dat we in de bus stappen die ons naar het vliegtuig zal brengen krijgt een fluo-mannetje de boodschap dat het te fel regent, dat vliegen niet aan te raden is en dat de hele meute terug naar de gate moet. Voor 10 minuutjes. Yeah right. Die 10 minuten worden er uiteraard 50 maar dan mogen we toch terug de bus op. De bus rijdt ons naar het kleinst mogelijke vliegtuigje. Binnen in het vliegtuig is het kleiner dan een Lijn-bus. Dat wordt spannend. Want dat regenen is uiteraard nog niet gestopt. Na 45 minuten turbulentie zetten we voet aan grond op Burundese bodem. Frère Hypolite, de directeur van het ziekenhuis, staat ons al zwaaiend op te wachten. Enthousiaste mensen, daar word ik blij van. We arriveren in het klooster om 00u30 en krijgen nog een bord rijst en bananen voorgeschoteld. Het Leven Zoals Het Is Bij De Broeders Van Liefde.


Mijn matras is 2 cm dik, mijn hoofdkussen een rots, de temperatuur hoog, de muggen talrijk en het bijvullen van de watertank gebeurt net onder mijn kamer om 5u30. Je hoort het al, een verkwikkende nachtrust was mij niet gegund. Zo fris mogelijk ga ik maandagochtend naar mijn nieuwe werk-omgeving aan de overkant van de zandweg: het CNPK. Centre Neuro-Psychiatric de Kamenge. Kamenge, dat is een wijk in Bujumbura. Om te vermijden dat mensen mij weer als stagiair gaan behandelen neemt Frank het zekere voor het onzekere. Hij stelt me voor als \'expert in de kinderpsychiatrie\', een kleine ego-streling van tijd tot tijd kan geen kwaad. Ik word heel hartelijk onthaald en word bij de IT-man Parfait en de kwaliteitscoördinator Jean-Jaques geparkeerd. Ik krijg een tafeltje maar dat verschuif ik na 3 minuten tot net onder de blazer. Werrem.


Na de eerste werkdag neemt Frère Hypolite ons mee naar Saga Plage, een strand aan het Tanganyika-meer. Er is een paal-café (zoals een paalwoning maar dan een café) IN het meer en kan ik mij een betere plek dromen voor mijn eerste Burundese pintje dan in het meer? Nee, uiteraard niet. Na het bier: visbrochette en gebakken patatten met ajuin. Mm! Frère Hypolite en ik, wij gaan dikke vrienden worden, dat zie ik nu al.


Donderdag gaat Frank op bezoek naar de ziekenhuis-post in Gitega en ik mag mee. Anderhalf uur stijgen door verbluffend landschap. Frère Emile geeft ons zo fier als een pauw een rondleiding. Hij runt een bescheiden ziekenhuis met een ambulante en residentiële afdeling. Er is een wachtzaal, receptie, consultatie-ruimte en apotheek. En overal posters over epilepsie \'Iemand met epilepsie is niét bezeten door demonen\' bijvoorbeeld. Zijn team bestaat uit een arts (geen psychiater), psycholoog, ergotherapeut en 4 verpleegkundigen om de klok rond zorg te verlenen. Sinds kort hebben ze permanent stromend water. Dat is een pluspunt in een ziekenhuis. Electriciteitspannes van 15 uur zijn er wel nog. In de apotheek merk ik dat verschillende medicijnen dreigen te vervallen. We zoeken 2 dozen, smijten daar Alprazolam en consoorten in en nemen dit mee voor Bujumbura of Ndera. Gebruiken wat we gebruiken kunnen. Na een uiterst gastvrij onthaal zetten we de tocht naar Bujumbura in.


In het weekend krijg ik bezoek van Lauri & Maryse, 2 Vlaamse toppers die in Ndera stage lopen. Omdat mijn activiteiten zich op weekdagen beperken tot het klooster en het ziekenhuis ben ik blij dat ik de kans krijg om de toerist uit te hangen. De eerste avond laten we de taxi op goed geluk ergens stoppen en geluk is inderdaad het codewoord. We belanden in Bora Bora, een lounge-achtig restaurant op het strand. Witte houten vloer, zetels met blauwe kussens, zwembadje.. We besluiten om dit weekend ne keer zot te doen en bestellen coctails, wijn, steak en chocoladeijs. En de slappe lach krijgen we er gratis bij. Dat doet deugd. Zaterdag verloopt minder efficiënt: we staan 3 keer voor een gesloten deur bij het toerisme-bureau en besluiten dan maar zonder kaart of gids op ontdekking te gaan. We scharrelen ons een pick-nickse bijeen, kopen al ne keer een souvernirke en gaan dan richting plage om ons te reposeren. Het weer zit niet mee dus zwemmen is geen optie. Foto-shoot wel. We horen van een Italiaanse dat er nijlpaarden te spotten zijn op het terras van Cercle Nautique en wijle weg. Dat pintje smaakt maar die nijlpaarden, dat kunnen we op onze buik schrijven. We sluiten de avond af in een Indisch restaurant en sommigen onder ons ook op de WC. Zondag, kan-ni-op-dag: chocoladekoeken, nijlpaarden, tambourinaires, wij op de foto met de tambourinaires, nog een nijlpaard en nog tambourinaires!! Kan ni op. \'k Had het toch gezegd.


Bujumbura. De naam alleen al. Je hoort het rommelen en trommelen. En roefelen en bruisen. En dat is precies wat deze stad is. Levendig, stoffig, chaotisch en luid. En warm. Zowel de temperatuur als de mensen. Dit is hoe ik mij Afrika had ingebeeld.   

Genocide Memorial

7 april 2013. 19 jaar geleden brak de hel hier los.

 

Geschiedenis op een rappeke: Extremistische Hutu-milities - de Interahamwe en de Impuzamugambi - werden via Radio Mille Collines aangespoord om de \'kakkerlakken\' - gematigde Hutu\'s en Tutsi\'s - op te sporen en uit te roeien. Op 100 dagen tijd werden naar schatting 800 000 mensen vermoord met granaten, geweren en vooral met machetes. De internationale vredesmacht UNAMIR liet begaan vanwege een te krap mandaat. \'t is ook op 7 april dat de 10 Belgische militairen om het leven kwamen tijdens hun opdracht om de Eerste Minister te beschermen (zie \'Slik.\'). De genocide werd gestopt door de Tutsi-rebellenbeweging Front Patriotique Rwandais (FPR), geleid door Paul Kagame. Na de overname van Rwanda door FPR werd Kagame president.


Om dit nationaal trauma te verwerken wordt jaarlijks een periode van rouw afgekondigd: 1 week waarin overal ten lande herdenkingsplechtigheden plaatsvinden. Alle bars/restaurants zijn gesloten en men werkt enkel in de voormiddag om in de namidag en \'s avonds de herdenkingen te kunnen bijwonen. Nadien nog 100 dagen rouw, even lang als de genocide zelf, maar dan mag je terug op café.


Om 7 uur word ik uit mijn slaap gehaald door een sirene en een schreeuwende man. Die rijdt de straat een par keer op en af. Omdat de geruchten de ronde doen dat de situatie nog steeds als \'explosief\' bestempeld kan worden was ik er niet gerust in. Ik beeldde mij allerlei evacuatie-scènes in, was in gedachten mijn rugzak al aan het volproppen met het hoogstnodige en wou bijna de ambassade bellen. Gelukkig dat ik dat niet gedaan heb. Ik schiet mijn jeansbroek aan, zet mijn brilleke op en ga ten rade bij de nachtwacht. Die verzekert me dat er geen enkel probleem is. De week van nationale rouw wordt afgekondigd en dat gebeurt blijkbaar op deze manier. Met een licht verhoogde hartslag probeer ik nog wat verder te slapen.


Omdat tijdens die herdenkingsplechtigheden de emoties hoog oplopen wordt het personeel van het psychiatrisch ziekenhuis in Ndera gevraagd om de mensen in crisis op te vangen. En omdat ik momenteel ook in Ndera werk, word ik meegevraagd. Mm. Ik weet niet of ik mezelf nuttig zal kunnen maken en enkel staan kijken naar mensen in hun diepste miserie, daar bedank ik voor. Om 15u hebben we afgesproken aan het stadium. Maryse en Lauri, 2 Vlaamse stagiaires zijn er ook. En zenuwachtigheid, dat is er ook. We proberen mekaar aan te moedigen en te kalmeren maar omdat we ons moeilijk kunnen inbeelden hoe het er aan toe zal gaan is dat nogal moeilijk.


Deze hele crisis-opvang is uiterst efficiënt georganiseerd: er zijn 250 vrijwilligers voorzien om de vrouwen in crisis van de tribune naar beneden te brengen. Beneden, daar zijn 10 zalen met ieder 15 matrassen, dekens, water, zakdoeken en een \'mental health\' team voorzien. En dat team, daar ben ik er één van. En zaal 8, daar gaat het allemaal gebeuren. Per zaal 1 verantwoordelijke en 1 administratieve kracht om de identiteit te noteren en een eventuele transfer naar een ziekenhuis.


De ceremonie begint met het aansteken van 1 kaars. Via dat ene vlammetje worden alle kaarsjes in de tribune aangestoken. Prachtig om zien hoe het vuur zich verspreidt. Na enkele speechen en enkele liedjes, lezen 6 jongeren een korte getuigenis voor. We zijn een uur ver wanneer een vrouwenkoor het podium betreedt het stadium vult met zachte gezangen. En dan is het prijs. Eén vrouw kan haar emoties niet meer controleren en begint te krijsen. Commotie in de tribune. De fluo-hesjes schieten zich er naar toe en brengen de vrouw naar beneden. Mijn collega\'s van het ziekenhuis weten wat dit betekent. C\'est parti. Die ene vrouw steekt de andere aan en al snel horen we overal in de tribune wenen en roepen. Wij reppen ons naar onze zalen en de hysterische vrouwen stromen toe. Crazy loco. Ze worden zo goed als het kan verdeeld over de verschillende zalen maar na een tijdje ligt het overal aardig vol. “Mamaaaaaaa! Papaaaaaaaaa!” en nog veel andere dingen die ik niet begrijp. Het is een af- en aangeloop van fluo-mannetjes die krijsende vrouwen komen brengen. Wij troosten en kalmeren waar mogelijk. Sommige vrouwen zijn zodanig geagiteerd dat ze proberen rechtkrabbelen of wild in het rond slaan. Die moeten we dan overmeesteren en op de matras duwen. Anderen wenen de ziel uit hun lijf en vertrekken als ze kalm en leeggehuild zijn. Als de patiënt na een half uurtje nog niet gekalmeerd is, als er geen contact mogelijk is worden ze naar een ziekenhuis getransfereerd voor verdere behandeling.


De ceremonie duurt 2 uur en is veel minder hevig en provocerend dan de voorbije jaren. Er worden geen foto\'s en filmpjes meer getoond. De lokale overheden worden aangemoedigd om zelf herdenkingsplechtigheden te organiseren zodat niet iedereen in Kigali toestroomt en dat heeft effect. Er gaan \'slechts\' 115 vrouwen in crisis. Het team van Ndera is tevreden over het verloop van de avond. En de 3 muzungu\'s krijgen een schouderklopje voor geleverd werk. We mogen nog \'s mee. Ik ga morgen naar Nyamirambo, de meest volkse wijk van de stad. Het belooft er heet te worden..     

In het zwembad

Dag 75, 5 april 2013


In het zwembad

 

Mens sana in corpore sano. Dat kan ik jammer genoeg niet in het Rwandees vertalen maar het concept blijft hetzelfde. Naast slapen, eten, rapportje schrijven en op de moto zitten in de zon is sporten geen slecht gedacht. Ik ben nogal een watterrat en vermits diepzeeduiken hier geen optie is (zie Astridstan in Indonesië) besluit ik het bij zwemmen te houden. Het openluchtzwembad van Hotel La Palisse biedt verkoeling op deze warme bedrukte dag. \'t is doeffes zou mijn mama zeggen.

 

Enfin, ik slier eerst uit in de modder, dan op een zandplek en bereik dan toch zonder open-been-breuk de moto. Na een fiks rondje onderhandelen brengt hij me naar La Palisse. Ik merk dat het zwembad aardig vol zit en ook qua kijklustigen zijn er heel wat opgedaagd. De aanwezigen zijn op enkele uitzonderingen na van het mannelijke geslacht en bevinden zich in de leeftijdsklasse tussen de 25 en 40 jaar. En mooi gespierd zijn ze meestal ook. Sommigen hebben ook een gouden ketting. Dat is een beetje jammer.

 

Omhuld in een grote handdoek en met mijn tas over mijn schouder komt ik het paskotje uit. Ik loop naar de rand van het zwembad en zet mijn tas neer. Alle blikken op de muzungu gericht want die mannen weten ook: die handdoek moet ze laten vallen. Dat is een momentje waarop ik me afvraag waarom ik zo graag Nutella eet en waaroop ik me voorneem om er minder van te eten.

 

Daar sta ik dan. Treuzelen maakt het alleen erger. Gewoon doen. Niet denken dat er 140 ogen kijken. Handdoek op de stoel leggen, naar het trapje stappen, zo elegant mogelijk het trapje afdalen en beginnen zwemmen. Voila. Eens in het water voelt het zalig!

 

Ik probeer baantjes te trekken maar de Rwandese zwemmer heeft dat idee niet begrepen. In alle mogelijke zwemstijlen doorkruisen ze in alle mogelijke richtingen het zwembad. Armen en benen ontwijken waar het kan. Incasseren waar het moet. Ondertussen zijn er ook 3 cassanova\'s die de mogelijkheden van de sprinkplank uittesten. Ze zijn echt overal: links, rechts, voor, achter en onder mij.

 

Na een half uurtje slalommen rust ik even uit in het diepe stuk van het zwembad. Beduidend rustiger dan het ondiep waar 6 volwassenen de breedte overzwemmen voor de zwemles. Ik geniet van de zon en hang een beetje te hangen. Plots zie ik 6 van die ketting-kerels op me afkomen. Ze zwemmen een wedstrijd en blijkbaar ben ik het doel. Ze spatten dat het een lieve lust is maar echt rap gaat het niet. Ik neem de proef op de som en daag ze uit voor een wedstrijdje richting ondiep. Ik haal mijn beste schoolslag boven. Ik zwem zo rap dat mijn zwembroek een beetje afzakt. Prioriteit is de overkant, niet de zwembroek. Doorzwemmen. Victory is mine.

 

Met opgeheven hoofd en afgezakte zwembroek hijs ik mezelf het trapje op.

Groot Nieuws

Dag 70, 1 april 2013


Groot Nieuws.

Vorige week donderdag had ik een gesprek met de regionale Caraes-coördinator Frank. Een Nederlander die hier al 20 jaar woont en werkt. Die kent het klappen van de Rwandese zweep. Ik vertelde hem kort over mijn ervaringen op de kinderafdeling. Dat de taalbarrièrre een groot probleem is. En dat ik geïntroduceerd ben als stagiair. Ai, zegt hij. Eens stagiair, altijd stagiair. En dus volgens hen onwetend en beginner in het vak. Ik zeg dat ook de relatie met hoofdverpleegkundige Soeur Rozette niet van een leien dakje loopt. Wat heb ik toch altijd met (of tegen?) mijn bazen... Frank besluit om het over een andere boeg te gooien en stelt voor dat ik een \'handleiding tot de kinderpsychiatrie\' schrijf. Organisatie, infrastructuur, contact met de patiënten.. De hele reutemeteut. En in dezelfde moeite ook een programma met uitgewerkte activiteiten en methodologieën. Dan kunnen we dat implementeren in Kigali, Goma en Burundi. Daar krijg je 2 weken tijd voor. En dat mag van thuis uit gebeuren. En misschien kan je nadien 2 weken naar Burundi gaan om te helpen bij de opstart van een kinderpsychiatrie? Hallelujah. Groot Nieuws noem ik dat.


Het Paasweekend heb ik doorgebracht aan en in het zwembad, op de markt, aan de bbq en aan tafel, op zoek naar paas-eitjes in Sander en Daan hun tuin en op de dansvloer. Daar vond een bijna-te-zot-om-waar-te-zijn ontmoeting plaats. Het gaat als volgt. Zaterdag in de vroege uurtjes. We dansen de laatste energie uit ons lijf. Naast ons staat een groepje van 4 muzungu\'s hetzelfde te doen. We kunnen niet plaatsen waar deze mensen vandaan komen en we besluiten een spelletje nationaliteitje-raden te spelen. We gokken op Duits, Frans en Amerikaans. We checken bij de dansers maar \'t is mis. Mijn buikgevoel zegt me dat het Belgen zijn. Bam! In de roos. Ik pik een Brabants (aah..mijn roots), een Gents (aah..mijn thuis) en een West-Vlaams (het mooiste van allemaal) accent op. Het zijn stagiairs geneeskunde. De Brabander is benieuwd waar ik vandaan kom en wanneer ik \'Merchtem-City\' zeg valt zijn mond open. Merchtem?? Ik ben van Opwijk! OPPEK!? We ontdekken dat we een paar gemeenschappelijke vrienden hebben. Surreëel dansvloer-momentje.. 

Het leven zoals het is. Kinderpsychiatrie.

Daar lig je dan. Achtergelaten in een bos. Ondervoed. Je ene beentje korter dan het andere. En je voorhoofd vol wonden. Want als je bang bent of boos dan begin je te klauwen en te krabben. Je mama is laagbegaafd en waarschijnlijk ben je verwekt tijdens een verkrachting. De politie vindt je en brengt je naar een algemeen ziekenhuis. Wanneer de acute ondervoeding behandeld is kom je terecht in de kinderpsychiatrie van Ndera.

 

Daar loop je dan. Aan het Amahoro sport-stadium in Kigali. Misschien ben je ergens in het Noorden van het land op een vrachtwagen gekropen op zoek naar geluk. Of op een vrachtwagen gezet. Samen met andere straatkinderen probeer je een leventje bij mekaar te bedelen. Of te stelen. Op je blote voeten ploeter je in riolen, graait naar alles wat eetbaar lijkt. Alle kleren die je kan vinden trek je aan. Naar school gaan, tanden poetsen, spelen, dikke knuffels. Dat is voltooid verleden tijd. Het enige wat je met je beverige stemmetje zegt is \'Ni meza\', alles gaat goed. En dat je Thomas heet. Meer informatie is er niet. De politie vindt je en brengt je naar de kinderpsychiatrie van Ndera.

 

Daar woon je dan. In een mooi huis in een mooie buurt. Mama en papa zitten er warmpjes in en hebben een huishoudhulp. Die misbruikt je. 2 jaar lang. Jij mag uiteraard niets laten blijken. Wanneer je uiteindelijk bezwijkt en duidelijk maakt dat je door een hel gaat, denkt mama dat er demonen bezit van je hebben genomen. Ze bidt dat het een lieve deugd is. Met de familie en de hele buurt. De symptomen verdwijnen niet en ze brengt je naar de kinderpsychiatrie van Ndera.

 

Daar speel je dan. Met je kameraadjes op straat. Jullie vinden een speciale plant. Jij bent nog klein, goedgelovig en dapper en eet de plant op. Gedurende 48 uur begin je te hallucineren. Je papa brengt je naar de kinderpsychiatrie van Ndera.


14 kinderen. 14 verhalen. En toch 1 groep. Daar moeten 6 verpleegkundigen en 3 soigneurs de klok rond voor zorgen. Wassen, kleden, voeden, te slapen leggen. Regelmaat en veiligheid. Basis. Dat is voor sommige kinderen al een wereld van verschil. Uitspitten van de context, als die er is. Anders radio-berichten de wereld insturen en hopen dat iemand een kind mist. Werken met de context. Gedrag observeren en interpreteren. Weeshuizen bellen. Sponsors zoeken. Roeien met de riemen die je hebt en hopen dat het alleen beter wordt. Geduldig zijn. Dat is hier geen schone deugd maar een noodzakelijke.


Spelen. Dat is mijn specialiteit. Eventjes laten vergeten dat ze in een psychiatrisch ziekenhuis zijn. Twister – een spelletje waarbij je je linker- of rechterhand of -voet op een gekleurde bol moet zetten - spelen met een jongen met een hersentumor. Hij vindt links, rechts, voet, hand, rood, blauw, geel en groen zeer verwarrende instructies, laat staan de combinatie ervan. Maar we oefenen. En we lachen ons een breuk iedere keer hij op zijn smikkel gaat. Hij nog het hardst van allemaal.